18 mei 2017 - Schoonmaken & Wassen

Kleding wassen: je was in 9 stappen perfect schoon!

Website-visual-600x40012_wassen

Een kind kan de was doen, toch? Het is inderdaad niet zo moeilijk om je vuile kleren in de wasmachine te stoppen, wasmiddel erbij te doen en op de ‘Start’-knop te drukken. Maar om je kleding écht helemaal schoon te krijgen en langer mooi te houden, let je best op volgende zaken.

1. Benodigdheden

Om vlekken te verwijderen heb je natuurlijk water, een wasmachine, een goed wasmiddel en voldoende tijd nodig.  Verder kun je gebruiken:

  • ​​​​​​​Wasmiddel met krachtig bleeksysteem voor grauwe of vergeelde was.
  • Fresh up om nare geurtjes (bijvoorbeeld in sportkledij) tegen te gaan.

Daarnaast kies je een hoofdwasmiddel, kleurwasmiddel of fijnwasmiddel (zoals wolwasmiddel). De keuze van soort wasmiddel (vloeibaar of poeder) is persoonlijk.

2. Kleding sorteren volgens de wassymbolen

Sorteer je wasgoed op kleur en materiaal. Lees daarom goed het etiket in de kleding. Hierin staat van welk materiaal je kledij is gemaakt en lees je aan de wassymbolen af hoe je het moet wassen. Hou hierbij ook altijd rekening met volgende dingen:

  • Mag je het kledingstuk eigenlijk wel wassen of moet het naar de stomerij?
  • Moet het kledingstuk met de hand gewassen worden of mag het in de machine?
  • Scheid erg vervuild wasgoed van minder vuil wasgoed.
  • Sorteer op kleur: donkerbonte, lichtbonte, en witte was.
  • Sorteer op soort textiel: gevoelige weefsels (zijde, synthetische stoffen) scheid je best van zwaardere weefsels (zoals linnen).
  • En last but not least: was nooit op een hogere temperatuur dan voorgeschreven staat op het label.

Onze tip: was nieuwe kleding de eerste paar keer apart. In nieuw textiel zit vaak kleurstof die bij de eerste keer afgeeft. Dit kan ook gebeuren bij kleding die niet ‘kleurecht’ is. Hoe je dit kan checken? Leg wat keukenpapier op een onzichtbaar stukje van het vochtig gemaakte kledingstuk en ga er even overheen met een strijkijzer. Verkleurt het papier, dan is de stof niet kleurecht en was je het best apart.

WASSYMBOLEN:  KEN JIJ ZE ALLEMAAL?

3. Tips kleding wassen: voorbereiding is alles!

  • Check alle zakken en maak ze leeg.
  • Rol opgestroopte mouwen af.
  • Keer kleding binnenstebuiten, vooral broeken (om vale strepen te vermijden) en truien en shirts met opdruk.
  • Doe ritsen en drukknopen dicht en knoop touwtjes samen. Zo voorkom je schade aan de machine en de rest van het wasgoed. Kleding met haakjes of klittenband kan beter in een speciaal waszakje.

4. Doe een handwas

Sommige kwetsbare of niet-kleurechte kledingstukken was je beter met de hand. Delicate stoffen kan je het best met een fijnwasmiddel of wolwasmiddel wassen. Los dit wasmiddel altijd eerst op in water en dompel het dan pas in een sopje. Hou het wasgoed voortdurend in beweging onder water en laat je wasgoed nooit in het sop staan. Knijp in de kleding, niet wringen of wrijven. Spoel de kleding ten slotte goed uit. Zijde was je eveneens met de hand, in lauw water met een zijde-, fijn-, of wolwasmiddel.

5. Laad het wasgoed in de machine

Bij een bonte of witte was mag je de wasmachine helemaal vol doen. De machine is goed beladen als je je hand in de trommel steekt en je die boven het wasgoed nog makkelijk heen en weer kan bewegen. Is de trommel te licht of te zwaar beladen, dan zal de machine zijn werk niet goed doen. Met te weinig wasgoed ontstaat te veel schuim, waardoor de was gaat zweven en niet helemaal schoon wordt. Spaar je was dus liever op. Bij een te zwaar beladen trommel kan het wasgoed niet voldoende bewegen en kan het wasmiddel niet tot in alle vezels doordringen.

TIP: DE MEESTE MACHINES KUNNEN VIJF KILO ‘GEWOON’ WASGOED AAN, TWEE KILO FIJNWAS OF ÉÉN KILO WOLWAS.

6. Voeg wasmiddel toe

Bij vloeibaar wasmiddel kan je gebruikmaken van een doseerbol, zodat het midden in de was terechtkomt, oplost en sneller zijn werk doet. Poederwasmiddel voeg je best in het doseerbakje toe. Gebruik niet te veel wasmiddel, dan krijg je overvloedig schuim. Woon je in een gebied met zogenaamd hard water, dan gebruik je best iets meer wasmiddel of kan je een speciale waterontharder toevoegen. Ook te weinig wasmiddel is niet aangewezen, want zo slaan losgemaakte vuildeeltjes weer neer op het textiel en wordt je was op den duur grauw. Doe wasverzachter wél altijd in het doseerbakje voorzien in de wasmachine.

7.  Kies het juiste wasprogramma

Kies het programma dat past bij het soort wasgoed (bont, gekleurd, fijne was) en zet de wasmachine aan.

8. Wat met zweetgeurtjes?

Zweetgeurtjes zijn vervelend en niet zelden ook moeilijk uit wasgoed te verwijderen. Bij het strijken van het linnen merken we achteraf soms dat de vieze luchtjes opnieuw aanwezig zijn. Gebruik hiervoor een extra wasmiddel tegen geurtjes: voeg het toe aan het gebruikelijke hoofdwasmiddel, en onaangename neusprikkelingen zijn voorgoed verleden tijd!

9. Droog het wasgoed

Haal het wasgoed als het klaar is meteen uit de machine. Wasgoed dat te lang in de machine blijft, gaat stinken en kan zelfs gaan schimmelen. Droog het textiel aan de waslijn of gebruik de droogtrommel. Check hierbij weer het waslabel: mag het kledingstuk wel in de droogtrommel en zo ja, op welke temperatuur? Ook hier geldt: doe de droogtrommel niet te vol, zodat de kleding genoeg ruimte heeft om te kunnen ronddraaien. Daarnaast wordt je was erg gekreukt bij overbelading. Is de droogtrommel klaar, dan haal je de was er zo snel mogelijk uit: zo voorkom je de ergste kreukels.


Meer weten over de fijne kneepjes van het wassen? Onze consulenten vertellen je er alles over tijdens een homeparty!


Paul Willems

Paul Willems

Product Expert Home Academy

Mylène

Liersesteenweg 203
2220 Heist-op-den-Berg
België

+32 (0)15 24 47 80
info@mylene.eu

Blijf op de hoogte

Meld je aan en ontvang het laatste Mylène-nieuws, de aankomende events, exclusieve aanbiedingen & leuke tips in je mailbox!